Hoewel het belang van groene openbare ruimte wetenschappelijk ruimschoots is aangetoond, blijft groen in de praktijk vaak een sluitpost op de begroting. Met zijn publicatie Groen op de Balans wil onderzoeker Tom Bade (Triple E / Kenniscentrum Natuur en Economie) dat patroon doorbreken. Volgens hem wordt de waarde van natuur wel erkend, maar onvoldoende doorvertaald naar investeringsbeslissingen. “We moeten op zoek naar nieuwe vormen van collectiviteit,” stelt hij, waarin volgens hem niet alleen de overheid verantwoordelijk is, maar ook burgers en ondernemers mede-eigenaar en medefinancier worden van stedelijk groen.
Publicatie Groen op de Balans pleit voor nieuwe collectiviteit rond stedelijk groen
Het was niet voor het eerst dat Tom Bade van Triple E / Kenniscentrum Natuur en Economie aan de slag ging met een onderzoek over de baten van natuur. Voordat hij zijn eigen bureau begon, was Bade werkzaam bij KPMG. Toen al, we hebben het over eind jaren 90, deed hij onderzoek naar wat twee nationale parken opleverden in geld. Later voerde Bade, inmiddels voor zichzelf begonnen, onderzoeken uit in opdracht van onder andere de Natuurbescherming en de VNG, bijvoorbeeld naar de baten van stadsbomen.
Waarom groen steeds sneuvelt
De nieuwe onderzoekspublicatie Groen op de Balans staat vol met maatschappelijke en economische baten van de groene stad. Wederom is de conclusie dat de waarde van natuur groot is, ook als je het in geld uitdrukt. En toch is groen een van de eerste zaken die sneuvelen als er keuzes gemaakt moeten worden. Omdat veel mensen er nog steeds van overtuigd zijn dat groen vooral geld kost, in plaats van oplevert. Hoe kan dat?
Bade: “Men gaat er altijd vanuit dat we het over reëel geld hebben. Stel dat een MKBA aantoont dat de zorgkosten met 5 miljard omlaaggaan als we groen aanleggen. Dat betekent nog niet dat zorgverzekeraars dat geld terugzien op hun rekening. Ze zullen daarom niet meteen willen mee-investeren in groen. En bovendien, als de zorgkosten dalen, moeten wettelijk gezien de zorgpremies ook omlaag. Kortom, we hebben het niet over echt geld, maar over het uitdrukken van bepaalde waarden en functies in geld en/of over economische baten in de vorm van echt geld die heel verspreid in de samenleving landen. Dat alles is dan bedoeld om aan te tonen dat hier een rol voor de overheid ligt om te investeren, zoals dat ook is gebeurd voor de Deltawerken.”
Van macro naar micro
Bade stelt dat deze denkfout de oorzaak is van waarom natuur nog steeds niet de status krijgt die ze verdient. De oplossing zit wat hem betreft in het onderscheid maken tussen macro- en micro-economie. Waarbij macro-economische gegevens wel degelijk belangrijk zijn, want het schetst een overkoepelend beeld van het belang van natuur.
Hoe je het vervolgens regelt zit op micro-economisch niveau. Hij geeft een voorbeeld. “Stel dat een zorginstelling naast een natuurgebied wandelen op recept in dat natuurgebied aanbiedt als product. Dat product wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Je kunt afspreken dat een deel van het geld dat de zorginstelling ontvangt, wordt besteed aan de natuur. We hebben dit voorgelegd aan zorgverzekeraars en die zien er wel wat in. Want we hebben het dan over een echt product, er vindt een economische transactie plaats en er is een klant die betaalt. Bovendien kunnen we het product herleiden tot het gebruik van het natuurgebied. En nu zitten we op microniveau. Voor de rijksoverheid zou dan bijvoorbeeld meer een rol weggelegd kunnen zijn voor grootschalige investeringen in stedelijk groen, met bijbehorende gezondheidsbaten.”

Nieuw eigenaarschap als oplossing
Deze denkwijze is uitgewerkt in het belangrijkste hoofdstuk van het rapport dat gaat over nieuw eigenaarschap en nieuwe collectiviteit. Bade betoogt dat het lang niet altijd de overheid zou moeten zijn die opdraait voor de investeringen van openbaar groen. Gemeentelijke budgetten staan onder druk en om het bedrijfsleven dan maar op te zadelen met de kosten lijkt Bade ook geen goed idee. Hij stelt daarom vormen van nieuw eigenaarschap voor die handvatten bieden voor een nieuwe vorm van duurzame financiering van stedelijk groen.
“We kunnen bijvoorbeeld gaan kijken naar wat de toegevoegde waarde van groen is binnen een woonwijk. En dan gaan we misschien wel beleven dat we de kosten weghalen bij de gemeente en aan een Vereniging van Eigenaren geven. Die bewoners zelf hechten waarde aan groen, zien het belang voor de waarde van hun huis en zien het daardoor misschien niet als kostenpost.” Op dezelfde manier kan je ook denken aan winkeliersverenigingen die gezamenlijk zorg dragen voor het groen in het winkelgebied, of ondernemers op bedrijventerreinen die investeren in aanleg, beheer en onderhoud van groen omdat het de arbeidsproductiviteit bevordert.
‘Ik zie niet in waarom je bij een nieuwe wijk met koopwoningen het groen niet meteen neerlegt bij de nieuwe bewoners’
En de overheid dan?
Is er dan helemaal geen rol meer voor de overheid? Zo zwart-wit is het uiteraard niet. Bade: “Ik vind dat de overheid te vaak bezig is op plekken waar anderen het kunnen oppakken. In lage SES-wijken waar het verloop groot is kan de overheid best het openbaar groen voor haar rekening nemen. Maar ik zie niet in waarom je bij een nieuwe wijk met koopwoningen het groen niet meteen neerlegt bij de nieuwe bewoners.”
Om dit model goed te laten werken, moet er binnen die nieuwe collectieven iemand zijn die de kar trekt. Een taak waar lang niet iedereen op zit te wachten, erkent ook Bade. Een deel van de oplossing zoekt hij in het aanbestedingssysteem, dat in zijn ogen niet meer van deze tijd is. “De periodes waarvoor we aanbesteden worden steeds korter. Als je voor een periode van minimaal 10 jaar zou kunnen aanbesteden, dan komt er ook niet zo veel werk bij die parkmanager of voorzitter van de Vereniging van Eigenaren te liggen.”
Maatwerk voor de groene stad
Bade pleit met zijn oplossing voor meer maatwerk bij het realiseren van de Groene Stad. En door slim onderscheid te maken tussen economische schaalniveaus én verantwoordelijkheid te delen met bewoners en ondernemers, ontstaat een financieringsmodel waarin groen niet langer een kostenpost is, maar een gezamenlijke investering in welzijn en leefomgeving. De grote voordelen van meer groen en natuur in de stad komen zo weer een stap dichterbij. Met Groen op de Balans legt Bade daarvoor een overtuigende basis.
Opdrachtgever VHG wil groen structureel op de agenda
De Koninklijke VHG gaf van Stichting De Groene Stad Tom Bade opdracht voor het onderzoek. Algemeen directeur Marc van Rosmalen over de aanleiding: “In de praktijk komen we telkens hetzelfde knelpunt tegen: iedereen voelt dat groen ‘veel oplevert’, maar zodra het gesprek gaat over investeringsbeslissingen, prioritering in de openbare ruimte of gebiedsontwikkeling, ontbreekt het vaak aan eenduidige, toetsbare en financieel vertaalbare onderbouwing. Met Groen op de Balans willen we die kloof dichten: van overtuiging naar onderbouwde waarde. Voor Koninklijke VHG en onze leden is dat essentieel, omdat juist zij dagelijks werken aan oplossingen voor hittestress, wateroverlast, biodiversiteit en gezondheid, maar de baten daarvan niet vanzelfsprekend landen in de budgetten en afwegingskaders van overheden, ontwikkelaars en beheerders.”
Met het onderzoek hoopt Van Rosmalen te bereiken dat de waarde van groen structureel wordt meegenomen in beleid, programmering en financiering: in omgevingsvisies en uitvoeringsagenda’s, in gebiedsontwikkelingen, en in beheer- en vervangingsopgaven. “Concreet: groen eerder aan tafel, met heldere argumenten en rekenlogica, zodat investeringen in groen niet ad hoc zijn maar planmatig, schaalbaar en duurzaam geborgd. Daarnaast willen we dat opdrachtgevers en marktpartijen beter kunnen sturen op kwaliteit en prestaties van groen, in plaats van alleen op laagste prijs of minimale norm. De eerste signalen zijn positief: we zien dat gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en kennispartners het gesprek nadrukkelijker voeren over groen als asset en vragen om toepasbare handvatten voor onderbouwing, standaardisatie en integratie in bestaande besluitvormingskaders.”
Het rapport Groen op de Balans is wat Van Rosmalen betreft niet het eindpunt, integendeel. “We zien Groen op de Balans als een belangrijke stap, maar ook als startpunt van een doorlopende ontwikkellijn. De opvolging zit voor ons in drie sporen: ten eerste doorontwikkeling en verfijning van reken- en waarderingsmethoden, met meer standaardisatie zodat het breed toepasbaar wordt; ten tweede de vertaling naar praktische tools, formats en ‘beslislogica’ voor beleidsmakers, assetmanagers en projectteams en ten derde praktijktoepassing via pilots en casussen met gemeenten en marktpartijen, zodat we kunnen leren wat werkt en wat nog ontbreekt. Koninklijke VHG wil daarin de brug slaan tussen kennis en uitvoering: samen met de auteur, partners en onze leden, zodat het niet bij een publicatie blijft, maar leidt tot meetbare versnelling van vergroening mét een realistische en sluitende businesscase. Het zou daarbij goed en logisch zijn als groen in de toekomst uiteindelijk als economisch asset op de balans wordt opgenomen.”
Dit artikel is verschenen in Straatbeeld 1/2026. Je leest deze editie gratis in onze digitale bibliotheek.
Bij het thema van dit artikel betrokken organisaties
Meer artikelen met dit thema
Noord-Brabant loopt voorop met ontwikkeling van voedselbossen
De provincie Noord-Brabant heeft het grootste areaal voedselbossen van Nederland. In totaal gaat het om circa…
Amsterdam ontwikkelt stratenkaart voor aanpak hittestress
Met de reeds geïntroduceerde Koele Groene Stratenkaart brengt Amsterdam verschillende databronnen over hitte,…
Nieuwe Utrechtse openbare ruimtegids versterkt integrale gezonde stad
Utrecht publiceerde onlangs een vernieuwd Handboek Openbare Ruimte waarin niet alleen inrichting, maar ook…
Manifest Gemeenten Natuurinclusief
Achttien gemeenten hebben het Manifest Gemeenten Natuurinclusief aangeboden aan de Tweede Kamer. Met deze tekst…
Waarom natuurinclusief ontwikkelen een fundamentele perspectiefwisseling vraagt
Wie vandaag de dag aan gebiedsontwikkeling werkt, ziet overal hetzelfde spanningsveld: de druk om woningen te…
Vleermuizen hebben baat bij warme, maar niet te warme locaties
Oost en west voor vleermuizen het best! Deze beestjes hebben baat bij warme, maar niet te warme locaties,…
Een gezonde leefomgeving begint bij de bodem
De samenstelling en kwaliteit van de bodem zijn bepalend voor een gezonde leefomgeving. In een nieuwbouwproject…
Nieuw Biind Magazine in teken van thema Natuurinclusief
Het nieuwste Biind Magazine staat in het teken van het thema Natuurinclusief.
Opdrachtgever VHG wil groen structureel op de agenda